SPIEKBRIEFJE VAN WETHOUDER BERGER
15 sep 2026
Het is 26 oktober 2026. De trein naar Den Haag rijdt langzaam. Berger heeft haar spiekbriefje - ontvangen van de Boeskoolbode - in de hand. Buiten glijden de weilanden voorbij. Binnen is het stil en ze leest de tekst nog één keer voor de zekerheid helemaal door:
1. Ik begin met de waarheid. Er was een locatie. Het vorige college onderzocht die samen met het COA. Voor alleenstaande minderjarige asielzoekers. Het project was ver gevorderd. En toen trok het COA zich terug. De businesscase klopte niet. Een ton armer bleef Oldenzaal achter. Geen reactie. Geen vergoeding. Niets.
2. Ik zeg het hardop. Wij hebben het geprobeerd. Wij hebben het betaald. Wij doen al jaren ons deel. Sinds 1996 voldoen we aan de statushoudertaakstelling. Voor Oekraïners hebben we drie locaties ingericht, 240 plekken gevuld. Wij zijn geen weigergemeente.
3. Ik vraag om erkenning. Erken dat we hebben geprobeerd. Erken dat het COA ons heeft laten vallen. Erken dat we een ton kwijt zijn. En kom dan met ons aan tafel. Samen. Niet Oldenzaal alleen.
4. Wat ik niet moet zeggen. "Wij hebben geen locatie." Dat klinkt als een smoes. Ik zeg: "De enige locatie die in beeld was, is door het COA afgewezen." "Ik zeg niet: “Wij kunnen niet." Ik zeg: "Wij zijn bereid, maar het COA heeft de businesscase onhaalbaar verklaard."
5. Ik herhaal een paar keer deze kernzin. Oldenzaal weigert niet. Oldenzaal is door het COA in de steek gelaten. Wij betaalden een ton voor een project dat het COA zelf mede vormgaf. Wij willen praten. Maar dit is echt niet de schuld van Oldenzaal.
6. Ik herhaal, Oldenzaal is niet onwillig, maar als het vastloopt…. dan zeg ik : Dan moet het Rijk de regie overnemen. Dit is echt geen dreigement, maar een constatering.
De trein mindert vaart. Den Haag Centraal. Berger stopt het briefje in haar koffertje. Ze ademt een paar keer diep in.
Dan stapt ze uit en bedankt in gedachten de Boeskoolbode voor dit handige spiekbriefje.
