ONZE ZATERDAG-COLUMNIST IS OM !
12 sep 2026
De verkiezing van de Grootste Twentenaar maakt hem zenuwachtig.
Oldenzaal is de leukste gemeente van Nederland. Oldenzaal heeft het beste horecaplein van Twente. En nu moet de grootste Twentenaar er ook nog vandaan komen.
En dan gebeurt er iets moois. De stad wordt losgelaten. Voor even. Het geld wordt gezet op Herman Finkers. Niet omdat hij uit Oldenzaal komt — hij komt uit Almelo.
Maar omdat hij de streek een stem gaf, een gezicht, en vooral een gevoel voor zelfspot.
En toen viel het verlossende en laatste columnwoord: ik ben om.
Dat was het moment waarop een nieuwe Boeskoolbode werd geboren. Alleen wist niemand dat nog.
De Boeskoolbode is geen jury. De Boeskoolbode is een stem. Geen vergaderruimte, geen protocol. Alleen ‘latten’ worden aan de Tubantiajury aangereikt. Tien latten.
Eén: Twentse wortels. Twee: betekenis voor Twente. Drie: impact buiten Twente. Vier: duurzame erfenis. Vijf: morele integriteit. Zes: historische diepgang. Zeven: Twentse identiteit. Acht: tijdloosheid. Negen: breedte en diepte. Tien: bescheidenheid.
Herman Finkers haalt ze alle tien.
De vakjury van Tubantia mag kiezen. De Boeskoolbode kiest niet. De Boeskoolbode legt alleen de latten neer. En de latten zeggen: Herman Finkers.
Niet omdat hij het hardst roept. Juist omdat hij dat nooit doet.
En onze Oldenzaalse zaterdagcolumnist zag dat als eerste. Niet omdat hij Oldenzaler is. Maar omdat hij eerlijk keek.
En waar bestaat oprechte eerlijkheid anders dan in Oldenzaal?
